Ingelijfd
Ik zou niet beter willen weten:
mijn hart nog willen dragen met
de hooggedanste voeten van geloof
dat woorden en kristal onbreekbaar
waren.
Ik wil gelukkig zijn
in sprookjes leven
omdat ik nu een leugen lees
een leegte schrijf.
Ik mis de rinkelbommen die
een niet bestaande stilte voor mij
vulden en:
je krijgt meer warmte van hout dan
van papier en vuur móet er ontstoken
worden,
want zonder woorden zijn de harten koude
glazen schalen zonder fruit.
Dus: teruggaan naar een tuin waar ik
sinds lang ben uitgeluid en uitgelicht
met breekijzers van daden
met koevoeten van domme macht
ben uitgejouwd door Ervaring en de Kracht
Van Bewijzen: ik ben er voor gezwicht.
Maar nu geen geluk geen gelach. Geen gelijk
wil ik hebben maar waarheid en eenvoud
vermomd in baroklichte meisjes
verscholen in watermakende scheepsruimen
en de golfslag van mijn lach als een hoed
over zich heentrekkend.
Eendagshuizen waren mijn woorden
mijn tong een luchtig nest van vogels,
chinese en bengaalse.
Mijn leven had de kracht van waterstralen.
Liefde was een zeil in de wind
en een luxueus hotel;
niet waar (wat is waar)
maar waarachtig gespeeld en
licht als een leugen van de wind wahoe
in pijpende rietmuziek.
Maar nu zijn mijn ogen verwisseld
voor stuiters uranium
zwaar als gedachten
en bloed kruipt onderzoekend door
mijn lichaam en vindt gesloten binnenkamers
vol gezucht en plicht en tocht
van jakkerende woorden.
Ik ben een maatschappij.
Nico Pot
(gepubliceerd in Podium, 12e jaargang nr. 3, mei-juni 1957)
terug naar:
 |
|
klik op foto |